Interview met een toekomstige Nederlandse Marsman

Stel, de eerste Nederlandse Marsman voor een enkele reis naar Mars is geselecteerd. Wat ga je hem vragen en wat zal hij loslaten waarom hij begint aan dit avontuur? Dergelijke historische uitdagingen komen misschien maar één keer in een eeuw voor. Een enkele reis naar Mars kan een zelfde “game changer” zijn als de tocht van Columbus. Johan Bakker ziet hier een mooi onderwerp voor een boek een schreef een “teaser” waarin een toekomstige Nederlandse Marsman aan de tand wordt gevoeld.

‘Het zou mooi zijn als de eerste mens op Mars een vrouw zou zijn.’

Interview met de Nederlandse Marsreiziger Jonah Berger

Door Alexandra Marino

‘Ik ben niet bang om eenzaam te worden,’ beweert Jonah Berger stellig. De 51-jarige Nederlandse astronaut kreeg als eerste te horen dat hij deel gaat uitmaken van een ongetwijfeld historische bemande missie naar Mars. Ondanks de geringere zwaartekracht op Mars, die leidt tot spieratrofie en botafname wat terugkeer al bemoeilijkt, zou je een enorme raket moeten bouwen om weer naar de aarde te kunnen vliegen. Het betreft hier dus een enkele reis. ‘Ik kan goed tegen alleen zijn. Bovendien houd ik op Mars contact met iedereen die ik ken. Het effect zou wel eens kunnen zijn dat ik per saldo meer mail en twitter dan ik nu doe.’

Nederlandse Marsman

In een van de zeldzame interviews die de organisatie Red Bull Planet, in nauwe samenwerking met de ESA, toestaat, ontmoet ik Berger in de kantine van het ESTEC in Noordwijk. Tegenover me aan tafel zit de kortgeknipte, gebruinde ruimtevaarder. Diepe wallen onder zijn ogen duiden op slaapgebrek. Hoewel Bergers blik regelmatig afdwaalt naar de strakblauwe lucht buiten, reageert de Nederlandse Marsreiziger alert: ‘Ik heb niets te verliezen. Ik heb een prachtig leven gehad, in alle opzichten. Waar anderen reikhalzend uitkijken naar hun pensionering, offer ik me graag op aan de wetenschap.’

Als ik voorzichtig opper dat de eerste weken wellicht mooi zullen zijn, maar dat daarna de verveling onherroepelijk zal toeslaan, reageert Berger fel: ‘Weet je hoeveel mensen dolgraag mee hadden gewild? Meer dan 200.000! Stel je dat aantal eens voor. Ik ben uitverkoren. En dan ook nog eens als enige Nederlander. Uitgerekend de Nederlanders doen vaak lacherig over dit enkele reis project. Zal ik je eens iets vertellen? De organisatie Red Bull Planet staat voor wat de V.O.C. vierhonderd jaar geleden was. Nederlanders zouden trots moeten zijn!’

‘Je bent best prikkelbaar,’ probeer ik plagend, ‘en dat voor iemand die uitvoerig is getest op evenwichtigheid en teamspirit.’ Berger tikt met zijn vingers op het tafelblad, neemt zijn cappuccinokop van het tafeltje en drinkt de laatste klodders schuim op voor hij antwoordt: ‘Waar ik slecht tegen kan, is journalisten die niet willen begrijpen dat ik een lot uit de loterij heb getrokken. Je hoeft niet voor me in katzwijm te gaan liggen, maar enig besef dat je hier tegenover iemand zit die letterlijk alles opgeeft om de mensheid een stap verder in het universum te brengen zou fijn zijn.’

Jonah Berger doet alsof Nederland het enige land is dat sceptisch reageert op deze wonderlijke enkele reis richting rode planeet. De Amerikaanse NASA gelooft echter evenmin in de heilzaamheid van het afschieten van vier mensen die nooit meer terugkeren. De tweede man op de maan, Buzz Aldrin, bedacht een gecompliceerd plan, om met behulp van circulair vliegende pendeldiensten Phobos, een van de twee manen van Mars te kunnen bereiken. Vanaf die plek kun je namelijk ook interessante experimenten uitvoeren, terwijl je vlakbij Mars zit. Je hebt daar niet te maken met het enorme tijdsverschil dat vanaf de aarde kan oplopen tot enkele minuten. Aldrin beschreef het allemaal in zijn laatste boek: Mission to Mars, My Vision for Space Exploration. Het grote voordeel van het plan van de Amerikaanse astronaut is dat de interplanetaire reizigers na gedane arbeid weer terug naar huis mogen en zelfs door robots verzamelde Marsstenen mee kunnen nemen.

Terwijl ik hem het Aldrin-plan voorleg, speelt Berger zenuwachtig met een lepeltje, waarmee hij het allerlaatste restje cappuccino uit zijn kopje schraapt: ‘Tijdens de trainingen leer ik zuinig te zijn. We moeten zo weinig mogelijk gewicht meenemen. Iedere gram die je omhoogschiet wordt duur betaald. Recycling is het toverwoord in de ruimtevaart.’ Tussen het uitspreken van de zinnen door likt hij zijn lepeltje grondig schoon.

‘Het probleem met de Amerikanen is – dat wil zeggen, sommige Amerikanen – dat ze tegen beter weten in blijven geloven in sprookjes,’ vervolgt Berger. ‘Een astronaut is pas een astronaut als er na terugkomst een bezorgde echtgenote op hem wacht die hem publiekelijk om de hals vliegt. Het liefst met een rijtje volmaakte kinderen applaudisserend op de achtergrond. De missie zoals Red Bull Planet die voor ogen staat, vloekt met veel Amerikaanse waarden en principes. Om te beginnen: de meeste kandidaten die zich hebben opgeven, hebben een gezin en in veel gevallen zelfs kinderen. Het is on-Amerikaans je familie achter te laten en alleen je eigen dromen na te jagen. Er zou misschien nog over te praten zijn als onze bemanning zou bestaan uit twee oudere echtparen. Maar dat zal vrijwel zeker niet het geval zijn. We vertrekken naar Mars met twee goedgetrainde mannen en twee kerngezonde vrouwen aan boord. Hopelijk worden ook de andere drie snel gekozen.’

Jonahs grijsblauwe ogen twinkelen bij het uitspreken van de laatste zinnen. Ik weet niet of hij verwacht dat ik kritische vragen ga stellen over mogelijke relaties. Het ligt voor de hand daar over door te spreken, maar ik heb geen zin als burgertrut door de charismatische astronaut te worden weggezet. Zie ik teleurstelling?

‘Kan ik je nog wat te drinken aanbieden?’ vraagt Berger galant.

‘Doe maar een groene thee.’ Ik kijk de man die het ESTEC als zijn thuis lijkt te beschouwen na. Hij is nadrukkelijk aanwezig en het is niet moeilijk te begrijpen waarom hij uit zoveel kandidaten is gekozen. Hoewel Berger nog niet heel beroemd is, ook al hij is al 20 jaar in dienst van de ESA, zie je mensen aan andere tafeltjes nieuwsgierig naar hem loeren. Het meisje achter de counter bloost zelfs als Berger op haar toeloopt: ‘Ga maar zitten, ik breng je de bestelling wel.’ De astronaut wil daar echter niets van weten:

‘Er is niets mis met mijn armen en benen.’

Als Jonah Berger weer tegenover me zit, kijkt hij me zonder iets te zeggen aan. Hij vraagt er gewoon om: ‘Hebben jullie onderling afspraken gemaakt over mogelijke verhoudingen die kunnen ontstaan?’

Berger lacht uitbundig: ‘Wat vraag je dat omzichtig. Bedoel je of we toestemming hebben om seks te hebben op Mars?’ Nu is het mijn beurt het bloed dat ik naar mijn wangen voel stijgen te proberen te onderdrukken. Ik concentreer me op het hengelen van mijn theezakje.

‘André Kuipers en Wubbo Ockels wilden daar nooit over praten,’ verdedig ik mijn omtrekkende beweging.

‘Weet je waarom niet? Ik ken André en Wubbo goed. Het zijn twee nuchtere kerels die absoluut niet bang zijn om in het openbaar intieme zaken aan te roeren. Maar de waarheid is dat dit hen door hogerhand werd verboden. Zij werkten samen met de NASA en de NASA wil rolmodellen voor de jeugd. De NASA wil ouderwetse helden. In dat plaatje passen geen masturberend rondzwevende ruimtevaarders.’

De thee is inmiddels sterk genoeg en de druk is van de ketel: ‘Wat hebben jullie hier wel over afgesproken?’

‘Helemaal niets! We zien het vanzelf. Had je nog een koekje gewild?’

Ik schud mijn hoofd. Het bespreken van dit onderwerp is niet handig met volle mond: ‘Jullie worden uitgebreid getraind. Dan zit je maandenlang als groep afgezonderd van de buitenwereld. Dan zal dit toch minstens een issue zijn?’

‘Ja en nee.’ Ineens lijkt de vrijmoedige Berger zich behoedzaam op te stellen. ‘We verblijven inderdaad in kleine groepen met mannen en met vrouwen. Uiteraard ontstaan daar vriendschappen. Het omgekeerde gebeurt overigens ook. Er zijn wel eens een paar gasten met elkaar op de vuist gegaan. Een van die twee had een fles wodka mee naar binnen gesmokkeld in de testruimte. Onder Russen is dat eerder regel dan uitzondering, merkwaardig genoeg.’ Je kunt je iets voorstellen bij het uit de hand lopen van zo’n extreem geïsoleerd experiment, maar toch blijken de twee Russische vechtersbazen te zijn ontslagen.

Berger kijkt naar buiten, waar een schoolklas zich heeft opgesteld voor de Multi-axis Simulation Trainer een voor- achterover links en rechtsom ronddraaiende stoel die bedoeld is om potentiële misselijkheid te testen: ‘Ik heb aanleg voor misselijkheid, maar dat is nooit echt een probleem geweest om geselecteerd te worden.’

Een interessante kwestie, maar ik ga liever nog even door op het soap-aspect van de enkele reis naar Mars: ‘Jullie worden dag en nacht door camera’s gevolgd. De tv-uitzendingen zijn de voornaamste financiële basis voor deze onderneming. Heeft dat er wellicht mee te maken dat er is gekozen voor twee mannen en twee vrouwen? Dat er een spannend verhaal van te maken valt, zodat veel mensen gaan kijken?’

‘Aan spanning zal het heus niet ontbreken,’ reageert Jonah meteen. ‘Hooguit zal de reis een beetje lang duren, hoewel die negen maanden niet onoverkomelijk zijn. Op Mars zelf zal iedere dag anders zijn, er valt veel te ontdekken daar. Dat is toch veel interessanter om over te praten dan wat er tussen een paar mannen en vrouwen van middelbare leeftijd al dan niet gaat gebeuren? Ik ben blij dat er vrouwen mee gaan. Het zou mooi zijn als de eerste mens op Mars een vrouw zou zijn.’

Natuurlijk zou een ‘reuzensprong voor de vrouw’ fantastisch zijn, maar Berger ontwijkt de vraag. ‘Het is jammer dat je zo in de verdediging schiet,’ merk ik voorzichtig op. ‘Voor de Amerikanen is dit kennelijk een probleem. Je zou vanuit je libertijnse Europese achtergrond in het algemeen toch iets kunnen zeggen over hoe je denkt over toekomstige verhoudingen op Mars? Jullie gaan daar voor de rest van je leven wonen. Is het de bedoeling dat daar kinderen worden geboren?’

Berger lacht zo hard dat de gasten in het restaurant zich omdraaien om te zien wat hier gaande is. Meteen daarna is hij weer serieus: ‘Ik verwacht niet dat het krijgen van kinderen al tijdens de eerste missie gaat gebeuren. Misschien later. Vergeet niet dat er om de twee jaar een nieuwe bemanning arriveert. Na enkele decennia ontstaat hier een heuse Mars-gemeenschap. Ik sluit niet uit dat daar ooit kinderen geboren gaan worden. Maar het is realistischer eerst te experimenteren met dieren.’

Daar had ik nog helemaal niet aan gedacht: ‘Nemen jullie die tijdens de eerste reis al mee?’

‘In ieder geval gaat er een muizenkolonie mee naar Mars. Ze hebben uitgerekend dat muizen de meeste voedingswaarde hebben in verhouding tot hun geringe gewicht. Ze planten zich snel voort, zodat we, hoe onbeduidend ook, in de toekomst af en toe een stukje vlees kunnen eten. We denken nog na over kweekvissen.’ Als om zijn woorden te onderstrepen haalt Berger een pen tevoorschijn en tekent een vis op het papier dat ik gebruik om aantekeningen op te maken. Hij is niet bang om dichtbij te komen; onze handen raken elkaar even.

‘Laat ik de vraag wat breder trekken: heb jij op dit moment geen menselijke banden die je vast zouden kunnen houden aan de aarde?’

Er trekt een diepe frons in het voorhoofd van de astronaut: ‘Mijn vrienden begrijpen me. Ze kennen me al zo lang dat ze weten hoe belangrijk dit voor me is. Veel familie heb ik niet meer. Ik was enig kind van mijn ouders. Zij zijn beide overleden. Verder ben ik bijna tien jaar getrouwd geweest. Mijn vrouw Simone is twee jaar geleden omgekomen bij een verkeersongeluk. Ze was journalist bij NRC Handelsblad. Terwijl ze naar haar werk fietste, is ze geschept door een auto.’

Koortsachtig graaf ik in mijn geheugen naar de tekst van Bergers bio. Heb ik dit akelige detail over het hoofd gezien? ‘Is je reis naar Mars een vlucht uit je verdriet?’

‘Uiteraard heb ik over die vraag nagedacht,’ reageert Berger. ‘Simone wist dat het mijn ultieme wens was naar Mars te gaan. Omdat de kans klein was dat ik zou worden uitgekozen, is het tussen ons nooit echt een gespreksonderwerp geworden. We hadden een goed huwelijk, al gingen we beide onze eigen gang. Ik verbleef soms maandenlang in Houston of in Sterrenstad. In die tijd hadden we een telefonische relatie, die overigens prima werkte. Het gaf Simone de kans zich volledig op haar journalistieke werk te storten. Ze heeft het nooit als een probleem ervaren, althans ze heeft het zo niet geformuleerd. In zekere zin werd het ons gemakkelijker gemaakt doordat we geen kinderen kregen.’ Terwijl Jonah spreekt, lijkt hij zijn emoties uit te schakelen.

‘Je praat nogal rationeel over een gebeurtenis die veel impact moet hebben gehad,’ opper ik.

Berger grijpt opnieuw de pen en tekent een huisje op mijn schrijfpapier.

‘Weet je,’ gaat hij verder, ‘natuurlijk was ik erg verdrietig toen Simone stierf. En ik weet oprecht niet of ik naar Mars zou zijn gegaan als ze nog had geleefd. Maar dat is op dit moment domweg niet aan de orde. Het heeft geen zin hypothetische vragen te beantwoorden. Mijn verkiezing tot Marsreiziger vond plaats nadat ze was overleden. Het maakt de keuze om te gaan in ieder geval gemakkelijker.’

‘Maar zou het niet mogelijk zijn dat de ESA je heeft benaderd, omdat ze weten dat je niet langer gebonden bent?’ Ik realiseer me dat ik me op een hachelijk terrein begeef, maar zolang Berger niet afhaakt, vraag ik door. Al was het maar omdat ik wil begrijpen wat hem beweegt.

‘Dat sluit ik niet uit. Ik heb het ze niet gevraagd. Het voorkomt in ieder geval dat ik straks gek word van heimwee.’

Om de sleutel te vinden tot wat Jonah Berger beweegt, besluit ik op zoek te gaan naar zijn wortels. ‘Hoe ben je opgevoed. Wat zouden je ouders ervan gevonden hebben dat je zou gaan?’

‘Mijn ouders waren idealistische hippies. Aanvankelijk hadden ze niet zo veel met ruimtevaart. Ze vonden het energieverspilling en onnodige geldsmijterij. Ik hoor mijn vader nog zeggen dat de miljarden die bestemd werden voor de maanreizen beter naar de derde wereld konden worden gestuurd. Sowieso vonden ze het maar niks dat de Amerikanen het voortouw namen in de race naar de maan. Vergeet niet dat diezelfde Amerikanen in die periode lelijk huishielden in Vietnam. Maar mijn ouders hielden veel van mij, hun enig kind. En ik was helemaal gek van alles dat met ruimtevaart te maken had. Zo gebeurde het dat ik in 1969, midden in de provotijd, in het holst van de nacht met mijn vader naar de schimmige beelden zat te kijken die ons werden toegestuurd vanaf de maan. Mijn sceptische vader werd steeds stiller; hij was merkbaar onder de indruk. “Dit is toch behoorlijk spacy”, wist hij ten slotte uit te brengen. Een groter compliment kon hij niet maken in de richting van Neil Armstrong en Buzz Aldrin.’

Als we afscheid nemen, vraag ik me hardop af of we elkaar ooit weer zullen zien. ‘Geef me je visitekaartje dan neem ik contact met je op zodra ik daar ben!’ zegt Berger half serieus, ‘de satellieten die voor een goede Wi-Fi-verbinding moeten zorgen op Mars staan al klaar voor vertrek.’

Volg Jonah Berger op @AstroJonah